--------------------------------------------------------

Staatloze vorst

Gepubliceerd in derde uitgave van Almost in Elvis

STAATLOZE VORST

– 1953

Aders van de muze
snakken naar bloed

1954

Van voorbij de zon komt het infuus:
broeiende stembanden en ondeugende hartstocht

1955 – 1957

Kermend van protest
bespringt een god, verkleed als monarch
een volk dat verlangt naar buitenechtelijke seks
Subtiel verpakt in jammerende verzen
opstandige heupen en beschroomde ogen
Akkers van rijpe vruchten, illegaal geplukt
laten de muiter wiegelen

1958 – 1959

Het rijk valt van zijn hoogste spikkel
Een machtige oom en een judas
van het laagland
ontnemen de jeugdigheid zijn vleugels
die wegsmelten in het zicht van de koperen schoft

Als een pion worden orders aangenomen
De opstandeling is verdronken
Doch, verse lakeien worden gerekruteerd
Eens wordt het tweede rijk geboren
Toch?

Recessie overstroomt de stam
Incest, fatale ongevallen en bekering
devalueren de waarde van een muzikaal imperium

1960

De vrijbrief is gearriveerd

1961 – 1967

Helaas, de profeet spreekt onware woorden
Geen artistieke propaganda op wit doek
of wereldveroverende veldtochten
maar pornografische vehikels zonder naakt,
zompige knipogen en eerbied voor sterfelijkheid
zijn nu het blazoen
Andere staten nemen de heimat in

1968

Loper Tom ondergaat zijn nederlaag
Heimwee naar de macht
van ooit en weleer
noopt tot hygiënische daden
De duivel wordt om raad gevraagd
Zwarte lust, leder en dierlijk gerieven
vormen het advies
Weg met de vrijstaat
Leve de dictatuur
van de royale psalmen

Dit is maar een kortstondige schim
Ziel en lichaam zijn verkocht
Rechtmatig bezit van keizer Zwavel
Voor niets gaat de zon onder

1969 – 1976

Gissen naar fortuin
Viva destructie
Uitkienen van precieze proporties
aan bedwelmende middelen
om te ontsnappen aan een verdorven realiteit
Ongemerkt worden slaafse volgelingen
met de zweep bewerkt
Aanbidding onthooft de artistieke macht
Venijn zit in een pompeus uniform

1977

De ark van A(a)ron blijft drijven
zonder zijn schipper
Gehoorzaam aan het achterland
nukkig tegenover eigen waarheid

Heden

Archeologen graven
in zijn prachtige paleis
Een staat is herrezen
dankzij een sterfgeval
Hopeloos falende prinsen
van het luchtledige carnaval
strijken de vlag
en imiteren zijn strijd
alsof het de hunne is
Een despoot duldt geen relativering
Dus de luchtzak blijft fier overeind

‘Ich bin ein Elvis!’

--------------------------------------------------------
-------
Terug
-------